Waterdoorlatendheid grond testen
Je kunt de waterdoorlatendheid van je grond om verschillende redenen testen. Zo krijg je inzicht in hoe goed jouw bodem water opneemt en afvoert, wat vooral belangrijk is wanneer je wilt bepalen of je tuin geschikt is voor infiltratie. Hoewel het meten van de waterdoorlatendheid een nodige stap is, zijn er daarnaast nog andere zaken die je goed in kaart moet brengen. Een goede voorbereiding is essentieel, omdat dit problemen zoals wateroverlast of een slecht functionerend infiltratiesysteem helpt voorkomen.
Wanneer is jouw tuin geschikt voor infiltratie
Om de waterdoorlatendheid van je grond te testen en daarmee te bepalen of jouw tuin geschikt is voor infiltratie, is het nodig om eerst een aantal zaken goed in kaart te brengen. Een goede voorbereiding is hierbij essentieel, omdat dit voorkomt dat je later tegen problemen aanloopt. Zoals een systeem dat niet goed werkt of onvoldoende capaciteit heeft.
Voordat je aan de slag gaat met infiltratie, is het daarom verstandig om de huidige situatie goed te bekijken. Zo wil je weten hoe groot je dakoppervlak is, hoeveel regenwater er van je dak af komt en hoeveel water je grond kan opnemen. Daarnaast is het van belang om te weten hoe goed jouw bodem water doorlaat.
Dakoppervlak berekenen
Het berekenen van het dakoppervlak is nodig wanneer je regenwater wilt opvangen of infiltreren. De manier waarop je dit doet, hangt af van het type dak dat je hebt. Bij een plat dak is de berekening bijvoorbeeld het eenvoudigst: je vermenigvuldigt simpelweg de lengte met de breedte van het dak en hoeft geen rekening te houden met schuine vlakken.
Er zijn verschillende dakvormen, zoals een lessenaarsdak, zadeldak en schilddak. Bij schuine daken ligt de berekening net iets anders. Hierbij meet je de schuine lengte van het dakvlak (van goot tot nok) en vermenigvuldig je deze met de lengte van het dak. In sommige gevallen speelt de hellingshoek een rol, maar vaak wordt uitgegaan van de horizontale projectie. Dit is het oppervlak van het dak zoals je dat van bovenaf zou zien.
Heb je een dak met meerdere vormen of hoeken, dan bereken je elk deel afzonderlijk en tel je de oppervlakken bij elkaar op. Op die manier kom je altijd tot het totale dakoppervlak. Om het overzichtelijk te maken, hebben we de berekeningen voor de meest voorkomende daktypen hieronder op een rij gezet:
| Lessenaarsdak | lengte × schuine breedte |
| Zadeldak | (lengte × schuine breedte) x 2 |
| Schilddak | (lengte × schuine breedte) x aantal dakvlakken |
| Platdak | Lengte x breedte |
Hoeveel regenwater komt er van je dak af?
Nu je het dakoppervlak hebt bepaald, kun je de volgende stap zetten en berekenen hoeveel regenwater er daadwerkelijk van je dak af komt. Hiermee bepaal je hoeveel water je moet kunnen verwerken. Door het dakoppervlak te combineren met de hoeveelheid neerslag, krijg je een goed beeld van de benodigde capaciteit van je systeem.
Van dakoppervlak naar regenwaterberekening
Om te bepalen hoeveel regenwater er van je dak af komt, heb je slechts twee gegevens nodig. Dit zijn het dakoppervlak en de hoeveelheid neerslag die gemiddeld tijdens een regenbui valt. Met deze informatie kun je eenvoudig berekenen hoeveel water er tijdens een regenbui moet worden afgevoerd of geïnfiltreerd.
De hoeveelheid neerslag die je gebruikt in de berekening hangt af van het doel. Voor een gemiddelde bui kun je uitgaan van ongeveer 10 tot 20 mm neerslag. Voor het ontwerpen van een infiltratiesysteem wordt vaak gerekend met zwaardere buien van circa 40 tot 60 mm. Wil je extra zekerheid inbouwen en rekening houden met extreme weersomstandigheden, dan kun je zelfs rekenen met 70 mm of meer.
Daarnaast is het van belang om goed te kijken naar de opbouw van je dak. Heb je meerdere dakvlakken of verschillende afvoeren, dan reken je alleen het oppervlak mee dat daadwerkelijk op jouw systeem wordt aangesloten. Zo krijg je een realistisch beeld van de hoeveelheid regenwater die je moet verwerken.
| m² | 5 mm | 10 mm | 15 mm | 20 mm | 30 mm | 50 mm | 100 mm |
| 10L | 50L | 100L | 150L | 200L | 300L | 500L | 1000L |
| 50L | 250L | 500L | 750L | 1000L | 1500L | 2500L | 5000L |
| 75L | 375L | 750L | 1125L | 1500L | 2250L | 3750L | 7500L |
| 100L | 500L | 1000L | 1500L | 2000L | 3000L | 5000L | 10000L |
In het schema zie je hoeveel regenwater er vrijkomt bij de meest voorkomende dakoppervlakken en neerslaghoeveelheden. Gebruik hiervoor het dakoppervlak dat je in de vorige stap hebt berekend.
Welk type grondsoort heb je en wat betekent dit
In Nederland en België komen veel verschillende bodemsoorten voor. Elke grondsoort heeft zijn eigen waterdoorlatendheid. Zo laat zandgrond water over het algemeen goed door, terwijl kleigrond het water juist langer vasthoudt. Daardoor is niet iedere bodem automatisch geschikt voor infiltratie.
Om te bepalen of jouw grond geschikt is voor infiltratie, is het nodig om de K-waarde te berekenen. De K-waarde geeft aan hoeveel water er in een bepaalde tijd door de bodem kan stromen. Hoe hoger deze waarde, hoe makkelijker water in de grond wegzakt en hoe beter de waterdoorlatendheid van je bodem is.
Zandgrond heeft vaak een hoge K-waarde. Water zakt hier snel weg, waardoor deze grondsoort zeer geschikt is voor infiltratie. Kleigrond heeft juist een lage doorlaatbaarheid en een lage K-waarde. Deze grond houdt water langer vast en is daardoor minder geschikt. Veengrond bevat veel organisch materiaal en kan sterk variëren in waterdoorlatendheid. Leemgrond zit qua eigenschappen tussen zand en klei in. Voor zowel veen- als leemgrond is het daarom extra belangrijk om de doorlatendheid goed te testen.
| Grondsoort | Waterdoorlatendheid | Geschiktheid voor infiltratie |
| Zandgrond | Hoge K-waarde, water zakt snel weg | Zeer geschikt |
| Kleigrond | Lage K-waarde, water blijft lang staan | Minder geschikt |
| Veengrond | Variabele doorlatendheid | Altijd testen nodig |
| Leemgrond | Gemiddelde doorlatendheid | Testen aanbevolen |
K-waarde berekenen met de emmertest
Om de K-waarde te bepalen, ga je de waterdoorlatendheid van je bodem testen met de zogenoemde emmertest. Met deze test meet je hoe snel water in jouw grond wegzakt. Op basis daarvan krijg je inzicht in hoe goed je bodem water doorlaat. Dit is nodig om te kunnen inschatten of je grond geschikt is voor infiltratie.
De uitkomst van de emmertest gebruik je vervolgens om de K-waarde te berekenen. Daarmee krijg je een duidelijk en meetbaar beeld van hoe goed jouw grond water kan opnemen en afvoeren. Voor het uitvoeren van de emmertest heb je de volgende benodigdheden nodig:
- Spade of schep
- Stopwatch of telefoon
- Emmer
- (grond)water
Je begint met het graven van een gat van ongeveer 30 × 30 × 30 centimeter. Vervolgens vul je het gat met water en laat je dit volledig leeglopen. Hiermee zorg je ervoor dat de grond goed vochtig is, zodat de meting zo betrouwbaar mogelijk wordt.
Daarna vul je het gat opnieuw met water. Pak je stopwatch of telefoon erbij en meet hoe lang het duurt voordat het water volledig in de grond is weggezakt. Deze tijd gebruik je vervolgens voor het berekenen van de K-waarde.
Stap 1: graaf een gat van 30 x 30 x 30
Stap 2: vul het gat met water
Stap 3: time hoelang het water nodig heeft om weg te zakken
Vervolgens gaan we verder met het verwerken van de tijd die er over doet om het water te laten weglopen. Dat gaan we doen met een voorbeeldberekening.
Voorbeeldberekening emmertest:
Stel dat het water er 30 minuten over doet om volledig weg te zakken. Dat is omgerekend 0.5 uur. Deze tijd vermenigvuldig je met 3. De uitkomst is dan 1.5. Vervolgens deel je 24 uur door deze uitkomst. Dus 24 gedeeld door 1.5 is 16. Dit betekent dat de K-waarde in dit voorbeeld 16 is.
Een K-waarde van 16 betekent dat de bodem water zeer goed kan opnemen en afvoeren. Hoe hoger de K-waarde, hoe beter de waterdoorlatendheid van je grond. In de praktijk geldt dat een K-waarde van 1 al als goed doorlatend wordt gezien. In de onderstaande tabel kun je eenvoudig aflezen hoe goed jouw grond water doorlaat op basis van de K-waarde.
| K-waarde | doorlaatbaarheid |
| 5 of hoger | zeer goed |
| 5 - 1 | goed |
| 1 - 0.5 | redelijk |
| 0.5 - 0.1 | matig |
| 0.1 - 0.01 | slecht |
| 0.01 of minder | zeer slecht |
Ligt de K-waarde onder de 1, dan is het de vraag of infiltratie de juiste oplossing is voor jouw situatie. Vanaf een K-waarde van 1 kun je er in de meeste gevallen van uitgaan dat de bodem geschikt is voor infiltratie.
Is jouw tuin klaar voor infiltratie?
Nu je weet hoe je de waterdoorlatendheid van je grond kunt testen en hoe je de K-waarde berekent, heb je een goed beeld van de mogelijkheden in jouw tuin. Door stap voor stap te kijken naar je dakoppervlak, de hoeveelheid regenwater en de eigenschappen van je bodem, kun je een weloverwogen keuze maken voor de juiste oplossing.
Of je nu kiest voor infiltratie, het opvangen van regenwater of een combinatie daarvan, met de juiste voorbereiding voorkom je problemen en zorg je ervoor dat je systeem goed werkt. Twijfel je nog over de uitkomst of wil je zeker weten dat je de juiste keuze maakt? Dan staan we voor je klaar om je te helpen!